Hoofdvraag
Het thema gepersonaliseerd onderwijs is breed belicht en er is gezocht naar een antwoord op onderstaande hoofdvraag:
Op welke wijze wordt gepersonaliseerd onderwijs vormgegeven op scholen in Schotland?
De deelvragen die hieruit voortvloeiden zijn:
Hoe wordt gepersonaliseerd onderwijs gefaciliteerd en gestimuleerd door de overheid?
Hoe krijgt gepersonaliseerd onderwijs vorm in de visie van de scholen?
Hoe krijgt gepersonaliseerd onderwijs vorm in de lessen van de scholen?

Aanleiding
Vanuit de interesse voor de vormingsgerichte benadering, waarin het onderwijs is afgestemd op de leerling, ontstond bij ons de vraag hoe gepersonaliseerd onderwijs vorm krijgt in andere landen. Daarbij stuitten we op het 'Curriculum of Excellence' in Schotland, een curriculum waarin de leerling centraal wordt gezet. Een van de manieren waarop men dit probeert te bewerkstelligen, is door aandacht te hebben voor gepersonaliseerd leren. Dit laatste staat centraal in het onderzoek.
Deelvraag 1
Deelvraag 2
Deelvraag 3
Na de ontwikkeling van het Curriculum of Excellence (CfE) bleek de implementatie van gepersonaliseerd leren te veel flexibiliteit te vragen van betrokken onderwijsinstellingen. De overheid heeft vanaf de implementatie van het CfE een steeds meer sturende rol. Voor onderwijsinstellingen is er een toenemende detaillering in deze sturingsdocumenten en is er meer aandacht voor aanpassing van het curriculum middels dialoog met het werkveld. Hierin is het zoeken van een balans een uitdaging, waar op de werkvloer van de onderwijsinstellingen voldoende ruimte, tijd en financiële middelen moeten zijn om zich flexibel op te kunnen stellen in onderwijsontwikkelingen. Zoals in één van de vijf pijlers van "Scotland's Curriculum" beschreven staat ("understanding the learners"), zal met de verdere implementatie hiervan ook de aandacht voor het gepersonaliseerde onderwijs toenemen.
We zien in de visie van verschillende scholen een verschillende mate van gepersonaliseerd leren. Bij alle drie de scholen zien we vanuit de vier dimensies aandacht voor individueel belang. Er is bij alle scholen ruimte voor de ontwikkeling van de student als persoon met zijn of haar talenten. Ook spreken alle scholen de wens uit om meer gericht te zijn op de leerling.
Bij twee van de drie scholen zien we in de visie en de interviews een grotere mate van gepersonaliseerd leren terugkomen. Hier zien we meer ruimte voor zelfregie waarin de leerling zelf keuzes maakt, zoals een eigen leerroute. De scholen geven wel aan dat het een zoektocht is hier vorm aan te geven. Dit lijkt met name te maken te hebben met weinig financiële middelen.
Wij kunnen concluderen dat gepersonaliseerd leren gedeeltelijk vorm krijgt in de lessen die wij gezien hebben op de verschillende scholen. Dit was voornamelijk zichtbaar in de primary school en in mindere mate in de secondary school. De data uit strategie 1 en 2 zijn herhaaldelijk gezien op zowel Jordanhill en Melville-Knox school. Dit kwam vooral tot uiting in de indicatoren als het uitspreken van hoge verwachtingen en één op één begeleiding. Daarnaast gebruikt de docent data om zijn lessen vorm te geven en zijn er analyserende gesprekken tussen docent en leerling. De overige strategieën en de daarbij behorende indicatoren zijn niet of nauwelijks gemeten. We hebben gezien dat lessen vooral klassikaal gegeven worden, met aandacht voor de individuele leerling.
Beantwoording hoofdvraag
Eindconclusie
In het gepersonaliseerd onderwijs is de Schotse overheid de aanjager met het CfE. We zien het gepersonaliseerd onderwijs ook terug binnen de visie van de scholen en binnen verschillende onderwijspraktijken. Wel zijn er verschillen zichtbaar tussen onderwijsinstellingen als het gaat om de mate en de invulling van gepersonaliseerd leren. Ook zijn er verschillen tussen het primair en voortgezet onderwijs.
Vanuit de Schotse overheid en de onderwijspraktijk is er een sterke wens om gepersonaliseerd onderwijs verder vorm te geven, maar het blijkt een uitdaging. Wat wenselijk en mogelijk is, is niet in balans. Het onderwijs lijkt vooral klassikaal vormgegeven te worden, met daarbij oog voor het individu. Wij zien terug dat de lerenden persoonlijk begeleid worden en ze op bepaalde vlakken eigen keuzes mogen maken.
Uit de visie van de scholen blijkt de wens is om meer richting de kant van zelfregie te gaan en de leerling centraal te stellen. Tijdens de observaties hebben we gezien dat er een discrepantie is tussen de visie en de onderwijspraktijk. De scholen missen de faciliteiten als ruimte, tijd en financiële middelen. De regering denkt na over hoe zij scholen hiermee kunnen ondersteunen.
