Deelvraag 3

Hoe krijgt gepersonaliseerd leren vorm in de lessen van de scholen?

In onderstaande gegeven hopen we antwoord te geven op onze deelvraag. Tijdens onze studiereis hebben we drie scholen in Glasgow bezocht:1. Jordanhill - Basisschool/Middelbare school (9 lessen/3 interviews)
2. Melville-Knox - Basisschool (3 lessen/1 interview)
3. Glasgow college - Hoger onderwijs (1 rondleiding/2 interviews)


3.1 Methodiek

Zoals al eerder vermeld bij deelvraag 2 zijn we in de bezoeken afhankelijk geweest van het programma dat de scholen voor ons opgezet hebben. Hierin werd duidelijk dat de vooraf bedachte diepte-interviews niet overal mogelijk waren. Dit maakt onze data minder gevalideerd. Er zijn wel korte momenten van gesprek geweest waarin er gesproken werd over gepersonaliseerd leren die relevant zijn voor ons onderzoek. Soms zijn er vragen gesteld die niet opgenomen zijn. Deze worden wel benoemd, maar vallen onderzoekmatig niet binnen onze data. Op andere momenten is het diepte-interviews niet volledig gedaan, maar zijn er slechts een of enkele vragen gesteld. Verder hebben we lessen geobserveerd aan de hand van vooraf opgestelde kijkkaders. De criteria, ook wel indicatoren genoemd, zijn opgeschreven aan de hand van de gepersonaliseerd onderwijs criteria. Zie bijlage voor de uitwerking van deze kijkkaders. We denken op deze manier een goed antwoord te kunnen geven op onze deelvraag met betrekking op deze drie scholen.

3.2 Jordan Hill

3.2.1 Inleiding

Tijdens ons bezoek zijn er lessen geobserveerd in verschillende leerlagen, (semi-)gestructureerde interviews afgenomen onder docenten en er zijn informele gesprekken gevoerd met leerlingen en docenten. 

3.2.2 Observaties primary (kijkkader)

Les 1 Spelling (P6)

Toen we binnen kwamen waren de leerlingen bezig met een taalles. Alle leerlingen hadden een werkboekje op eigen niveau en interesse. De leerkracht was bezig met de 1 op 1 begeleiding van een leerling. Daarna startte de klassikale spellingles. Middels verschillende werkvormen werden de eerder aangeboden spellingwoorden ingeoefend. Hierbij werd gebruik gemaakt van drie verschillende niveaus waarbij leerlingen de woorden moesten gebruiken die bij hun niveau past. Deze niveaugroepen zijn bepaald door de leerkracht vanuit eerdere data. Hierdoor ontstond differentiatie. Er was veel interactie tussen de leerkracht en de leerling, maar ook tussen de leerlingen onderling. Er zat veel vaart in de les en van leerlingen werd verwacht dat ze betrokken waren. De leerkracht stelde hierbij hoge verwachtingen. De opdracht was bepaald door de leerkracht, maar kinderen hadden vrijheid om de opdracht naar eigen inzicht te maken.

Les 2 Science (P7) (1) 

De les die we observeerden had als doel om de leerlingen te leren wat geluid is, hoe geluid ontstaat en hoe het zich verplaatst. Om de uitleg zichtbaar te maken maakte de leerkracht gebruik van verschillende materialen en proefjes. Het was een klassikale les met veel vaart en interactie tussen de leerkracht en de leerlingen. De leerlingen waren erg betrokken.

In deze les observeerden wij weinig indicatoren rondom gepersonaliseerd leren. Maar in een gesprek tijdens de les en een interview achteraf blijkt dat tijdens veel lessen wel degelijk aspecten van gepersonaliseerd leren aanwezig zijn.

Les 3 Science (P7) (2)

Hier is een les science geobserveerd. In deze les stonden de verschillende bloedtypes centraal. De leerlingen zaten in groepjes van 4-5 leerlingen, in totaal zes groepen. Na een klassikaal moment waarin voorkennis werd opgehaald, de docent de beginsituatie van de leerlingen helder probeerde te krijgen en hen uitleg gaf d.m.v. een filmpje wat bloedtypes zijn, werd instructie gegeven over de opdracht die ze moesten uitvoeren. Om dit te begrijpen voerden de leerlingen een experiment met elkaar uit. Zij gebruikten synthetisch bloed om te achterhalen met welk bloedtype zij te maken hadden. Het uitvoeren van het experiment ging gezamenlijk: de docent instrueerde een stap, de leerlingen voerden deze uit, de docent liep rond en checkte of het goed ging (waar hij per groep korte aanwijzingen gaf), waarna hij de volgende stap uitlegde.

Het belang van dit onderwerp werd sterk benadrukt in het eerste gedeelte van de les. Daarin werd duidelijk een koppeling gemaakt met beroepssituaties (bijv. in de zorg). Er werd benadrukt dat het onderwerp moeilijk was en de middelen waarmee gewerkt werden erg duur. Hieruit bleek dat de docent hoge verwachtingen had naar de leerlingen wat betreft het kunnen begrijpen en het zorgvuldig kunnen werken. De docent voerde enkele gesprekken tijdens het experiment, maar met name om de leerlingen te sturen de stappen goed uit te voeren. Daarnaast hadden de leerlingen de ruimte om binnen het experiment te kiezen wie wat deed binnen elke stap. In de rest van de les was er geen keuzevrijheid voor de leerlingen.

De start en het eind van de les zijn niet geobserveerd door ons door de opzet van het dagprogramma. Door de klassikale opzet van de les (elke stap samen doornemen) lijken de groepjes niet opgedeeld in niveauverschillen.

Les 4 Taal (P2)

De leerkracht was bij binnenkomst begonnen aan een taalles, dus de eerste start van de les was geen onderdeel van de observatie. De kinderen zaten voor het digibord en waren in gesprek over het thema herfst. Aan de hand van materialen werd voorkennis opgehaald. Ook was er duidelijk aandacht voor alle zintuigen. 'In de herfst, wat voel je....., zie je......., ruik je......, hoor je.... en proef je.' De doelen van de les werden duidelijk op het digibord getoond en besproken met de leerlingen. Ook werd er een schema besproken en getoond waarin de 'steps to succes' stonden, zoals: Have you used punctuation correctly?, Have you used capital letters?, Have you used interesting words?

Na de instructie gingen de kinderen in hun eigen groep zitten, die op niveau waren ingedeeld. Zij wisten waar zij moesten zitten. Hier gingen ze aan de slag met het schrijven van verhaaltjes met wow-words (adjectives). Iedere groep had een positieve naam, waaruit positieve (hoge) verwachtingen naar voren komen, zoals Genius Gems, Super stars, Whizz Kids, Master Minds. Er was een niveauverschil in werkbladen te zien. Er waren werkbladen die helemaal leeg waren en er waren werkbladen die een eerste opzet van de zin hadden. De leerlingen volgden hun eigen tempo in de verwerking en gingen stillezen als ze klaar waren. Waar nodig gaf leerkracht 1-op-1 begeleiding of stuurde een leerling bij. Aan het einde van de les verzamelden de leerlingen voor de evaluatie weer bij het digibord en werd er geluisterd naar elkaars verhaaltjes, waarbij ze met de docent samen checkten of de doelen behaald waren. De werkbladen werden ingeleverd voor de leerkracht om te beoordelen.

Tijdens de gehele les was er een onderwijsassistent 1-op-1 begeleiding aan het geven aan een leerling met extra instructiebehoeften. We kregen in de les de mogelijkheid om een portfolio te bekijken, dit was geen onderdeel van de les zelf. Daarin zagen we doelen die gesteld waren door leerkracht en leerlingen in overleg en werkstukken ter verduidelijking van het behalen van de doelen. Ook was daarin te zien dat leerlingen hun eigen proces beoordeelden aan de hand van afbeeldingen.  

3.2.3 Interviews primary (2 docenten)

Interview 1:
Uit codering van dit interview blijkt dat deze docent (Mr. A), om gepersonaliseerd leren vorm te kunnen geven, vooral kijkt naar strategie 1 (Leerling profielen) en strategie 2 (persoonlijke leerroutes). Hij kijkt eerst naar data uit assessments en toetsen. Daarna geeft hij hier feedback op, zowel schriftelijk als mondeling en bepaalt dan samen met de leerling wat de volgende stap gaat zijn. Elk kind moet uitgedaagd worden op zijn of haar eigen niveau. Hij maakt dit inzichtelijk door samen met leerlingen te bepalen wat de volgende stap is op weg naar het doel.


Deze docent ervaart grenzen in wat je als docent kunt doen om gepersonaliseerd leren nog verder uit te bouwen. Dit heeft vooral te maken met indicator 4 (flexibele leeromgevingen): er worden veel middelen ingezet, maar de tijd is niet toereikend.

Indicator 5 (nadruk op gereedmaken voor college en carrière) wordt in dit interview niet benoemd als indicator voor gepersonaliseerd leren.Interview 2:
Bij deze docent (Mrs. B) komt met name strategie 1 en 2 aan bod. De docent geeft keuzeruimte aan de leerlingen, stelt doelen samen op en voert veel gesprekken met individuele leerlingen. Zij is in staat te zien wat de leerling kan en wat hij of zij nodig heeft. In haar les bouwt zij ruimte in voor leerlingen om eigen keuzes te maken binnen het programma dat zij aanbiedt.

Wat opvalt in het gesprek met deze docent, is dat zij gepersonaliseerd leren als onderdeel ziet van het betekenisvolle onderwijs dat zij wil aanbieden. Zij ziet de leerling als partner, waarbij ouders en collega's belangrijke betrokkenen zijn in het leerproces van de leerling. In haar gesprekken maakt zij gebruik van een portfolio. 

3.2.4 Observaties secondary (kijkkader en informele gesprekken)

Les 2 Business/computing 

Gesprek met leerling:
We hebben aan een leerling (Jay, 14 jaar) wat vragen gesteld over school en onderwijs met betrekking tot gepersonaliseerd leren. Ze geeft aan dat iedereen hetzelfde programma volgt tijdens de lessen. Het voordeel is dat je veel kennis op doet. Haar persoonlijke doel was ook dat ze veel wilde leren. Als nadeel noemde ze dat ze zelf geen keuzes mag maken en dat het daardoor saai kan zijn. Ze krijgen huiswerk op en is hier elke dag ongeveer een half uur mee bezig. Het meeste huiswerk krijgt ze voor wiskunde. Ze werkt afwisselend met de laptop en de schoolboeken. (boeken blijven op school).Gesprek met docent business:
De docent vertelde dat ze elke week samen kwamen in 'learning groups' om strategieën uit te wisselen en andere onderwijskennis. Ze vertelde ook dat het succes van Jordanhill deels te wijten is aan dat het po/vo samen in één gebouw zit en dat er zo een doorlopende lijn is.Les 3 Science

Voorafgaand aan de les hebben we gevraagd waar de docent de les scoort op de 4 dimensies (van Loon, 2016). De docent herkent zich in "persoonlijke leerroutes" en "klassikaal onderwijs". De docent herkent een onderdeel zelfregie in de les, maar geeft aan dat het vooral extern gereguleerd wordt. In de les zien we terug dat kennis wordt opgehaald en hier vervolgens dieper op wordt ingegaan, zowel plenair als individueel.

Les 4 Science

Gesprek met docent science:
De vaksectie science zorgt voor een online breed aanbod aan vakgerelateerde onderwerpen waar leerlingen zelf kunnen bepalen wat bij hen past. Wanneer iemand ziek is, kan diegene b.v. een filmpje kijken over de gemiste stof met een voice-over van de desbetreffende docent. Ze laat leerlingen ook af en toe werken in verschillende (uitleg) groepen. Leerlingen mogen hiervoor zelf kiezen.

Les 6 English

Voorafgaand aan de les hebben we kort de docent gesproken waarin ze aangaf dat zij zelf de keuze heeft gemaakt voor het onderwerp van het project, daarmee rekening houdend met de belevingswereld van de leerlingen. Ze vertelde dat de leerlingen meegedaan hebben aan een gedichtenwedstrijd om ze op die manier te motiveren voor het onderwerp waarmee ze bezig zijn. Daarnaast liet ze een aantal door de leerlingen gemaakte werkstukjes zien en vertelde dat leerlingen hier enthousiast aan gewerkt hebben.

Les 7 English/Library

Voor een les Engels komt een klas van 28 leerlingen onder leiding van de leerkracht de bibliotheek binnen. Zij kiezen zelfstandig een boek uit de grote keuzemogelijkheid aan boeken. De boeken zijn duidelijk per onderwerp samen gezet. De meeste leerlingen kiezen een leesboek, een klein deel een stripboek. In de bibliotheek is ook een aantal spelletjes aanwezig, maar deze worden niet gebruikt. Het is een pure zelfstandige leesles. De leerkracht observeert de kinderen en stuurt ze, waar nodig, met een vriendelijk woord rustig bij. Ook de leerkracht gaat aan de rand van de groep zitten om de groep te kunnen overzien, maar gaat tussendoor zelf ook zitten lezen. Tussendoor wisselen sommige leerlingen zelfstandig hun boek. Een enkele leerling laat zijn boek inschrijven om het mee te kunnen nemen. Aan het einde van de les laten alle leerlingen hun boek inschrijven om mee te nemen. Het gepersonaliseerde deel van deze les beperkt zich tot het zelf kiezen van een boek. De rest is volgens een vooraf ingesteld lesschema.  

3.2.5 Conclusie Jordan Hill

Primary school kijkkader:
Samenvattend kunnen wij stellen dat aan de hand van 4 afgenomen kijkkaders dat er in de primary school van Jordanhill school gedeeltelijk gepersonaliseerd leren te zien is. Met name de indicatoren uit strategie 1 en 2 zijn (gedeeltelijk) gezien. Waarbij de indicator 'hoge verwachtingen' 4 keer gezien is en 'het gebruik van data' 3 keer gezien is. De observaties van de indicatoren van strategie 3 zijn zeer wisselend. De indicatoren van strategie 4 en 5 zijn in totaal maar 3 keer gedeeltelijk gezien.Primary school interviews:
In de geobserveerde en bevraagde lessen van Jordan Hill school blijkt vanuit de interviews dat er voornamelijk nadruk gelegd wordt op strategie 1 en 2. Leerlingen worden door docenten goed gevolgd in hun leerproces en de keuzes die ze daarin maken en er zijn hoge verwachtingen.

Docenten hebben wel een verschillende aanpak binnen deze strategieën en wisselen in hoeveel ruimte er is voor zelfregie en individueel belang. Er lijkt hierin geen eenduidige visie of een visie die door alle docenten op dezelfde wijze wordt uitgevoerd.


Secondary school kijkkader:

Samenvattend kunnen wij stellen aan hand van 6 afgenomen kijkkaders dat het onderwijs dat is geobserveerd op de secondary school (voortgezet onderwijs) minimaal gepersonaliseerd is vormgegeven volgens de indicatoren van het kijkkader (bijlage 2). De dialoog tussen docent en student is wel gezien. In de indicator 'gebruik van data om onderwijs te bepalen door de docenten' (2 keer gezien en 4 keer gedeeltelijk gezien) en de indicator 'analyserende gesprekken tussen leraar en leerling' (6 keer gezien en 1 keer gedeeltelijk gezien) werd deze dialoog zichtbaar. Studenten worden gestimuleerd om te presteren, dit komt terug in de indicator 'hoge verwachtingen worden uitgesproken' (7 keer gezien en 1 keer gedeeltelijk gezien). Het niet gepersonaliseerde karakter van het onderwijs, zien wij terug in het ontbreken van de volgende indicatoren:


  • Doelen worden opgesteld met leraar en leerling (2 keer gedeeltelijk gezien en 8 keer niet gezien);
  • Er wordt bepaald wat een leerling nodig heeft' (2 keer gezien en 8 keer niet gezien);
  • Leerling maakt zelf keuzes (2 keer gezien, 2 keer gedeeltelijk gezien en 6 keer niet gezien);
  • 1 op 1 begeleiding (1 keer gezien, 2 keer gedeeltelijk gezien en 7 keer niet gezien);
  • buitenschoolse ervaring (o.a. huiswerk) (2 keer gezien, 3 keer gedeeltelijk gezien en 5 keer niet gezien);
  • Leerling laat zien dat hij doel heeft behaald (2 keer gezien, 5 keer gedeeltelijk gezien en 3 keer niet gezien);
  • Leerling volgt eigen tempo ( 2 keer gezien, 1 keer gedeeltelijk gezien, 7 keer niet gezien);

  • Personeel wordt ingezet voor flexibilisering ( 1 keer gezien, 2 keer gedeeltelijk gezien, 7 keer niet gezien);

  • Ruimte wordt ingezet voor flexibilisering (2 keer gedeeltelijk gezien, 8 keer niet gezien);

  • Tijd wordt ingezet voor flexibilisering (2 keer gedeeltelijk gezien, 8 keer niet gezien); Technologie wordt ingezet voor alle leerlingen (2 keer gezien, 1 keer gedeeltelijk gezien, 7 keer niet gezien);

  • Ontwikkelen van competenties ter voorbereiding op studie en beroep (1 keer gezien, 1 keer gedeeltelijk gezien, 8 keer niet gezien);

  • Aandacht voor executieve vaardigheden (1 keer gedeeltelijk gezien, 9 keer niet gezien).

Secondary interview:
Er zijn geen formele interviews gehouden, we kunnen daarom geen conclusie hiervan weergeven.

Algeheel concluderend werd op het PO het onderwijs meer gepersonaliseerd waargenomen dan op de VO. Op de basisschool werd met name gezien dat de leraar data gebruikt van leerlingen om onderwijs te bepalen en er wordt bepaald wat een leerling nodig heeft. Op het VO werd dit minder waargenomen. Tevens lijkt het onderwijs op het voortgezet onderwijs vooral gericht op de externe regie volgens de dimensies leerpartnerschappen (van Loon, 2016) en is vooral klassikaal onderwijs waargenomen. 

3.3 Melville Knox

3.3.1 Inleiding

Tijdens het bezoek aan Melville-Knox is er een (semi-) gestructureerd interview afgenomen bij een onderwijskundige. Verder is er informeel gesproken met docenten en zijn lessen geobserveerd.

3.3.2 Observaties primary (kijkkader)

Les P1 en P2 (groep 1 en 2)
In deze les hebben we eerst een OT story (verhaal over het Oude Testament uit de Bijbel) geobserveerd. Daarna was er een moment van worship. Vervolgens was er een rekenles waarin het onderwerp 'double' centraal stond. Dit deden ze door stippen te verven op een papier en vervolgens het papier dubbel te vouwen. Op die manier werd inzichtelijk gemaakt hoe je getallen kan dubbelen. Daarna werden de stippen gesteld en op die manier leerden de leerlingen dubbelen en optellen op een creatieve manier. Tijdens de les werd vooral zichtbaar dat alle leerlingen hetzelfde doen, er was alleen onderscheid tussen P1 en P2 maar binnen een jaargroep werd niet gedifferentieerd. Opvallend was de individuele begeleiding van de docent en gedurende de les stimuleerde ze de betrokkenheid van elke leerling door het stellen van vragen. In deze klas heeft elke leerling een eigen portfolio met daarin zelf opgestelde doelen. Hierop werd gereflecteerd door de leerling, de docent en de ouders. In het portfolio schrijft de docent feedback en feed-up zodat de leerling verder kan ontwikkelen met betrekking tot eigen doelstellingen.

Les P3 en P4 (groep 3 en 4)

Bij de start van de observatie waren de leerlingen bezig met de verwerking van het vertelde Bijbelverhaal. De klas bestond uit 14 leerlingen, waarvan 8 leerlingen uit groep 3 en 6 leerlingen uit groep 4. Na deze dagopening was er een kort moment van ontspanning door een balspel. De grote aula bood hier fijn ruimte aan. Daarna begon de schrijfles. De leerkracht vertelde het doel van de les door te benoemen dat ze vandaag zouden gaan oefenen met het aankleden van zinnen. Sommige zinnen zijn er kort en saai en vertellen weinig informatie. Door meer woorden in een zin te gebruiken vertel je meer informatie en maak je de zinnen meer speciaal. De leerkracht gebruikte bewust het woord 'bijvoeglijk naamwoorden' niet, vertelde ze, maar omschreef dit als het 'meer bijzonder maken van zinnen'. Hiermee sloot ze goed aan op het niveau van de leerlingen. Ze gaf eerst een korte klassikale instructie waarbij leerlingen bijvoeglijk naamwoorden moesten noemen die in de voorbeeldzin pasten. In haar taalgebruik sprak ze soms hoge verwachtingen uit naar de leerlingen en paste dit ook aan op het niveau van de leerling. Bij de antwoorden van de leerlingen van groep 4 stelde ze hogere eisen, terwijl ze bij leerlingen van groep 3 meer sturende vragen stelde.


Daarna gingen de leerlingen in groepjes van 4 aan de slag met het verrijken van korte zinnen met bijvoeglijk naamwoorden. De leerkracht maakte gemengde groepjes uit groep 3 en 4 en ze maakte gebruik van de ruime aula naast het klaslokaal. Zij liep langs de groepjes om hen bij het werk te houden en feedback en feed forward te geven op hun gemaakte zinnen. Vervolgens gingen de leerlingen met dezelfde type opdracht zelfstandig aan de slag. De leerkracht liep weer rond om 1 op 1 feedback en feed forward te geven.

Les P5 t/m P7/8 (groep 5 t/m 7/8)

De klas bestond uit elf leerlingen, waarvan 2 zieken. We bekeken een les over het schrijven van een gedicht over de wereldoorlogen aan de hand van een gedicht over poppy's i.v.m. Memorial Day op 11 november aanstaande. Bij de start van de les worden veel vragen gesteld en voorkennis opgehaald. De les wordt gegeven in een gematigd tempo en kinderen krijgen veel ruimte voor eigen inbreng. Voor iedere leerling was er een tablet beschikbaar om informatie op te zoeken.

In de 'break' hebben we een kort gesprek gehad met de leerkracht. Op de vraag of en hoe hij differentiatie toepast, gaf hij het volgende antwoord: Ik geef voornamelijk klassikaal les, maar differentieer voor de verschillende jaargroepen op de resultaten voor de verschillende groepen P5, P6 en P7/8. Binnen het vak rekenen komt de differentiatie het beste naar voren en werken kinderen op hun eigen niveau.

Op de vraag van wat er vanuit inspectie/overheid van hen gevraagd wordt, kwam het volgende antwoord: We moeten vorderingen van de leerlingen kunnen laten zien, dus doen we twee keer per jaar een online test waarmee leerlingen worden vergeleken met leerlingen van andere scholen door het land om het niveau te bepalen. Daarnaast werd er nog over het volgende gesproken: Binnen het Curriculum of Experience van de overheid gaat het in hoofdzaak over twee dingen; Experiences en Outcomes. Toen de overheid dit Curriculum invoerde, wisten leerkrachten hier geen raad mee. We wisten niet hoe ze dit nu in de praktijk konden brengen. Vanuit deze vraag van de leerkrachten heeft de overheid nagedacht en het curriculum aangevuld met zogenaamde 'benchmarkers'. Deze hielpen om het voor de leerkrachten duidelijker en uitvoerbaarder te maken. Hier, op deze Christelijke school, gebruiken we het Curriculum of Excellence alleen voor de vakken Language en Maths. Dit omdat het Curriculum erg humanistiek is en dat binnen onze christelijke visie niet past. 

3.3.3 Conclusie Meville Knox

Samenvattend kunnen wij stellen dat aan de hand van 3 afgenomen kijkkaders op de primary school Melville Knox gepersonaliseerd leren gering te zien is. Strategie 2 was zichtbaar in de indicator '1 op 1 begeleiding'. Strategie 4 kwam tot uiting in het gebruik van technologie. De andere indicatoren waren niet of nauwelijks zichtbaar binnen de geobserveerde lessen. Zie bijlage voor verdere uitwerking.

We kunnen concluderen dat gepersonaliseerd onderwijs minimaal aanwezig is op Melville-Knox. Er zit echter een verschil tussen het beleid van de school en het uitvoeren hiervan.
De school verlangt te werken vanuit een Bijbelse visie om daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten op de individuele leerling. Uit de kijkkaders blijkt daarentegen dat gepersonaliseerd leren gering te zien is. Er is sprake van 1 op 1 begeleiding en er wordt gebruik gemaakt van technologie, maar de andere indicatoren waren niet of nauwelijks zichtbaar binnen de geobserveerde lessen. 

3.4 City of Glasgow College

Tijdens ons bezoek aan Glasgow college zijn er geen lessen geobserveerd of kijkkaders ingevuld. De interviews die af zijn genomen hebben betrekking op deelvraag 2. Dit betekent dat het onderzoeksmatig niet mogelijk is om vanuit Glasgow college antwoord te geven op deelvraag 3. Zie bijlage voor een verslag van de rondleiding.

3.5 Conclusie deelvraag 3

Concluderend wordt nu een antwoord gegeven op deelvraag 3. Deelvraag 3 luidt: Hoe krijgt gepersonaliseerd leren vorm in de lessen van de scholen? De conclusie is gebaseerd op observaties aan de hand van de kijkkaders alsook de informele gesprekken met medewerkers van de bezochte scholen.

Wij kunnen concluderen dat gepersonaliseerd leren gedeeltelijk vorm krijgt in de lessen die wij gezien hebben. De data uit strategie 1 en 2 zijn herhaaldelijk gezien op zowel Jordanhill en Melville-Knox school. Dit kwam vooral tot uiting in de indicatoren als het uitspreken van hoge verwachtingen en één op één begeleiding. Daarnaast gebruikt de docent data om zijn lessen vorm te geven en zijn er analyserende gesprekken tussen docent en leerling. De overige strategieën en de daarbij behorende indicatoren zijn niet of nauwelijks gemeten. 

© 2022 Reisblog van Master Leren & Innoveren Cohort 21-23. Alle rechten voorbehouden.
Mogelijk gemaakt door Webnode Cookies
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin